Weblogboek  2012

 

       
   

 

 

 

14.05| De slak

Op een middag was zij er. Ik stel me voor dat ze een lange reis heeft afgelegd om bij me te komen. Even traag als verbeten. Ze zat pal naast de klink van mijn poort. Opzettelijk, zodat ik haar niet over het hoofd kon zien. Ik geloof dat ik de eerste keer nog even door de knieën zakte om haar te bekijken, voordat ik mijn huisje binnenging. Misschien heb ik toen iets aardigs tegen haar gezegd.

Dat was inmiddels zes dagen geleden. Ze zit er nog steeds.Pal naast de klink. Ze is niet bij me weg te slaan. Iedere keer dat ik wegga of thuiskom hoop ik dat ze er nog is. Iedere keer groet ik haar. Ik geloof dat we van elkaar houden.

Natuurlijk zal ze op een dag zijn verdwenen. Ze zal op zoek gaan naar een ander, een betere partner: een mannetjesslak. Ik neem het haar dan niet kwalijk, al zal ik haar missen.

Maar voorlopig is ze me trouw.

 

29.03| Crisis?

Deze week werden er drie internationaal gevierde economen ingevlogen. Op tv zaten ze in een leunstoel in een tuin en praatten gezellig in de zon over de economische crisis in Nederland. Ik hoorde ze herhalen wat het gros van hun Nederlandse collega's ook beweert: in vergelijking met andere landen is de economische toestand hier minder zorgwekkend; er is zelfs alweer sprake van een kleine groei, maar die kan door aanvullende bezuinigingen in gevaar worden gebracht. Strikt vasthouden aan een maximale begrotingstekort van drie procent is onverstandig. Beter is het om lange-termijnoplossingen aan te dragen, bijvoorbeeld het afschaffen van de geldverslindende hypotheekrenteafrek. De drie economen hadden het prima naar hun zin. Met Nederland kwam het heus wel goed.

Eerder las ik een interessant artikel waarin de huidige crisis werd vergeleken met de crisis ten tijde van Colijn.Laatstgenoemde crisis heeft onnodig lang geduurd door het stugge vasthouden van Colijn aan de zogenaamde 'gouden standaard' - de koppeling van een munteenheid aan een vast gewicht in goud. 'Drie procent? Ach, het is maar een cijfer', vond een van de ingevlogen economen.

Nergens in Europa is het consumentvertrouwen zo gering als in Nederland. Als economie inderdaad voor de helft psychologie is, lijdt ons land aan een gebrek aan hoop voor de toekomst. Het CDA begon al onder Balkenende met 'eerst het zure, dan het zoet' en blijft ons op gereformeerde rentmeesterstoon wijzen op onze economische doemwaardigheid. Rutte lacht weliswaar veel, maar dat maakt niemand - behalve het bedrijfsleven - vrolijk. Bij de PVV schijnt er een verbod op lachen te bestaan om de eeuwig morrende en chronisch verongelijkte achterban niet voor het hoofd te stoten.

Het economisch herstel begint met een aanstekelijk optimisme. Zo groot moet dat zijn, dat het zelfs bij PVV'ers een glimlach kan ontlokken. En verder meer zon. Meer game-shows op tv. En een gewonnen EK-finale, straks. (Met 1-0, dankzij Affelay. Na een voorzet van Bouhlarouz.)

.

27.03| Lente

Er is ruim een maand verstreken. Ik ga na wat er in de achterliggende tijd is gebeurd en bedenk dat ik een bedaard leven leid. Als het woelig wordt, dan alleen in mijn hoofd. Weinig kroeg en veel geschreven. Een paar mooie films gezien, twee prachtige boeken gelezen. Het Boekenbal. Tien dagen met mijn kinderen in het oude huis in Rijnsburg. En vandaag voor het eerst de nieuwe lente geroken en het nieuwe geluid ervan gehoord. Laat, want hier aan de kust - ik woon op een steenworp afstand van de zee - geeft de winter zich niet zo gemakkelijk gewonnen. Ik heb mijn huisje flink onder handen genomen. Ik draai wasjes. Ik heb me geschoren en ruik lekker, ik zit keurig in de nette kleren. De ramen staan open en de dekbedden hangen nog te luchten.

Je zou zwaarmoedig worden van zo veel optimisme.Had ik maar een blindengeleidehond als extra zintuig, viel mij ineens in. Wat mij er niet van weerhoud om onverstoorbaar tevreden te zijn.

 

 

15.02| Toccata

Op mijn externe harde schijf vind ik 'Toccata' van Herman van der Horst terug. Een mooie, trage zwartwitfilm uit 1969. Tegen het eind haak ik echter af. Ik zie wijlen de orgelgod Feike Asma achter de speeltafel van de Oude Kerk in Amsterdam zich steunend, grommend, zwetend, hijgend naar een climax toe werken bij de uitvoering van Bachs Toccata in F. Het is hard werk, Asma ramt op de toetsen maar het orgasme komt maar niet, de krachtige kop schudt steeds woester.

Ineens weet ik waarom ik vroeger organist wilde worden.Maar ook waarom dat niet is gelukt. Ik mis kennelijk dezelfde ziedende hartstocht die Asma groot maakte.

In mijn jeugd heb ik een keer een halve middag op het muurtje rond de Nieuwe Kerk in Katwijk gezeten, in afwachting van Asma's komst. Hij zou die avond een concert geven en ik vermoedde dat hij vooraf met het orgel zou willen kennismaken. De meeste organisten deden dat. En inderdaad ook hij, want een auto stopte voor de kerk. Asma en zijn registrant stapten uit en liepen op de kerkdeur af. De sigaarstomp die hij vlak voordat hij de kerk binnenging achteloos over zijn schouder gooide, heb ik maanden in een doosje bewaard..

Nog te schrijven, een roman over een seksverslaafde organist. Streven naar het 'hogere' maar door het 'lagere' telkens worden verslagen.

 

 

08.02| Scherp beeld

Eerst klaagden mijn kinderen een paar jaar steen en been over het gemis van een televisie als ze bij me waren. In september heb ik toch maar een toestel gekocht. Waarna ze algauw begonnen te klagen over de slechte beeldkwaliteit. En terecht.

Vandaag heeft een monteur ervoor gezorgd dat er in HD-kwaliteit kan worden gekeken. Na zijn vertrek heb ik handmatig contrast, helderheid en scherpte bijgesteld want de gloed was me te fel en de kleuren onnatuurlijk. Toen ik eindelijk de juiste balans had gevonden, ging ik er eens goed voor zitten. Eerst het RTL Nieuws, daarna het NOS Journaal.

De Elfstedentocht, zou die doorgaan? Het antwoord op die vraag was snel te geven, leek me. De ijsdikte moet minimaal 15 centimeter zijn en dat was gisteravond op lange na niet overal het geval. Op grote delen van het traject maar zes, zeven centimeter. In de loop van de nacht was het ijs nauwelijks aangegroeid, meldde de krant vanmorgen, en zondag zet de dooi in. Jammer. Maar duidelijk.

Dit weerhield beide nieuwsredacties er niet van om alle camera's en reporters in busjes te laden en richting Friesland te sturen voor de opvoering van een dwaze soap. Sfeerimpressies, hijgerige verslaggevers op bevroren sloten en dorpspleinen, oeverloos gezwets en speculaties om de valse hoop op te kloppen tot een rotsvaste zekerheid. Om dan na achten de voorzitter van het Elfstedentochtcomité te horen verklaren wat iedereen allang had kunnen weten. Wat nu? dacht ik - en inmiddels waren we al op driekwart van het Journaal! Een periode van rouw over het zwakke ijs afkondigen en stille tochten organiseren? Maar in Syrië is vandaag opnieuw een orgie van legergeweld tegen de bevolking losgebarsten. Zesduizend doden tot dusver. De komende dagen worden over Griekenland besluiten genomen die vérstrekkende gevolgen zullen hebben. De spanningen tussen Iran en Israel nemen toe. In Afrika gebeurt er ongetwijfeld ook het een en ander, maar dat contintent komt al jaren niet meer in beeld. Alles koek en zopie, als we de vaderlandse nieuwsredacties moeten geloven.

Het beeld van mijn tv is haarscherp. Alleen jammer dat het wereldnieuws zo slecht doorkomt.

 

 

04.02| De sprong naar het grote publiek

In een recensie in Elsevier word ik afgeschilderd als een 'writers writer die met zorgvuldig proza een bescheiden lezerskring weet te boeien'. Niet zonder medelijden vraagt de recensent zich af of ik ooit de sprong naar het grote publiek zal maken.

Ik weet niet of ik een writers writer wil zijn. Het lelijke woord 'elitair' is dan nooit veraf. Toch, wat de sprong naar het grote publiek betreft, lijkt de recensent het gelijk vooralsnog aan zijn kant te hebben, en mismoedig vraag ik me af hoe dat komt.

Veruit de meeste besprekingen van mijn romans tot dusver, waren lovend tot zeer lovend. Dat is een feit, ik kan me op dit moment geen valse bescheidenheid permitteren. Aan het oordeel van de recensenten heeft het dus nooit gelegen.

Ik erken dat ik niet mediageniek ben. Ik ben meerdere keren op tv geweest en oogde dan timide, ik gaf veel te lange antwoorden. Dat kijkers dan snel overschakelen naar een ander net is begrijpelijk. Maar er zijn genoeg schrijvers die het minstens zo slecht op tv doen als ik en die desondanks goed verkopen.

Ligt het soms aan de uitgeverij? Doet de afdeling PR te weinig om mijn romans onder de aandacht van de boekhandelaren te brengen? Ach, geen schrijver die tevreden is met de promotionele inspanningen van zijn uitgeverij. Ik ben daarop geen uitzondering, het kan altijd beter.

Zou het soms aan de boekhandelaren liggen? Hebben de meesten hun onafhankelijkheid verloren en leggen zij slaafs alleen die titels op de tafels die de inkopers van Ako, Libris, Bruna e.a. ze contractueel opdringen? Het schijnt regelmatig voor te komen dat inkopers van deze ketens bij inkoopbesprekingen botweg tegen een uitgever zeggen: 'Geef me je vier beste titels en laat de rest van de aanbieding maar zitten'. Probeer dan nog maar om de thematisch minder spectaculaire romans uit je catalogus aan de man te brengen.

Vorige week liep ik een vestiging van zo'n keten binnen. In het grote gebouw waar ik iedere vrijdag wat bijverdien. Ik vertelde de verkoopster dat er een nieuwe roman van mij is verschenen.

"O, maar ik weet niet of ik die mag bestellen', zei ze. 'Ik weet niet of uw boek op de lijst voorkomt.'

'Welke lijst?'

'Van boeken die wij in voorraad mogen nemen.'

Ako heeft een canon voor haar vestigingen opgesteld, maar helaas, Het ruime bed kwam er niet op voor. Hoe zeer het haar ook speet, ze mocht van mijn nieuwe roman geen stapeltje op voorraad nemen.

Ik zei dat ik haar alleen maar behulpzaam wilde zijn. In het gebouw werkten minstens tien mensen die mijn boek wilden kopen, vandaar. 'Als de Lijst het verbiedt, moet u mijn boek maar niet inslaan. Dan gaan mijn collega's wel naar een andere boekhandel.'

Ze heeft, eigenzinnig als ze kennelijk is, toch maar twee exemplaren op voorraad genomen. Ik hoop dat ze er niet door in de problemen komt.

Ik wens alle boekhandelaren dezelfde eigenzinnigheid toe. Ondertussen schrijf ik, writers writer of niet, blijmoedig verder aan een volgende roman voor het grote publiek.

 

 

02.02| De roep om hervormingen

Vrijwel elk artikel over de Arabische Lente maakt melding van een 'roep om hervormingen'. Die betreffen dan, naar keuze, sociale of politiek hervormingen.

In vele Arabische landen wordt er tegenwoordig dus luidkeels geroepen. Verdrukten gaan de straat op. Tegen camera's en overheidsgebouwen schreeuwen ze een nobel verlangen naar gerechtigheid, vrijheden en een betere spreiding der machten uit. Zoiets.

Zijn volken werkelijk bereid te vechten voor de Verlichtingsidealen? Of is verwezenlijking van die idealen slechts een plezierige bijkomstigheid in de persoonlijke strijd voor een welvarender leven? En zal die bijkomstigheid ineens niet meer gewenst zijn zodra het persoonlijk gewin erdoor wordt ingeperkt, of als de macht van de eigen groep ter faveure van andere bevolkingsgroepen in het geding raakt?

Decennialang is er in Arabische landen geroepen om sociale en politieke hervormingen. Door moedige eenlingen. Zij schreven boeken, pamfletten, traktaten. Ze werden gevangen gezet, gemarteld, gedood of in ieder geval monddood gemaakt. Het veranderde niets: hun droevig lot veroorzaakte geen collectieve woede.

Maar in 2011 steekt een Tunesische fruitverkoper zichzelf in brand, na in het diepst van zijn ziel te zijn gekrenkt door een corrupte overheid. En dat heeft opeens wel effect. Het vonkje van verzet - slechte beeldspraak, ik weet het - slaat over en veroorzaakt een uitslaande brand die de ene na de andere dictator verdrijft.

Ik vermoed dat júíst het ontbreken van idealogische motieven de woede over de zelfmoord van de fruitverkoper heeft aangewakkerd. Hij was niet 'lastig', hij schreef geen 'provocerende' aanklachten. Hij leed slechts onder een door de overheid gefnuikte ambitie. En dat was o zo herkenbaar. Dát wel.

 

 

27.01| Nederland

Op de voorpagina van NRC Next staat vandaag in grote, uitdagende letters te lezen: Nederland is een geweldig land. Zo geweldig dat niemand het meer ziet.

Bij het verlaten van het station kreeg ik een krant toegestoken met de kop: Dikke baby's zijn niet schattig!

Dit is het land en dit is haar probleem: dikke baby's. Verderop in dezelfde krant lees ik dat de grootste schurk van het land, Willem Holleeder, vervroegd is vrijgelaten. Een man die meerdere keren opdracht heeft gegeven tot huurmoord. Maar ook dat valt uiteindelijk mee, want een bekende misdaadverslaggever weet over Holleeder te vertellen: 'Als je hem niet kent en je zou met hem aan een bar zitten, dan heb je een hartstikke leuke avond.'

Ik zie ze al zitten, de bekende misdaadverslaggever en Holleeder. In een bruine kroeg in de Dapperstraat. Piet-Hein Donner, voormalig minister van Justitie, komt aanrijden op zijn fiets. Hij remt even af, gluurt door het raam naar binnen en steekt vermanend zijn wijsvinger naar Holleeder op.

'Foei!' roept hij. 'En? Heb je nu je lesje geleerd?'

'Ja meneer', zegt Willem Holleeder beschaamd.

'Dan is het goed' , zegt Piet-Hein Donner en hij rijdt weer verder.

 

 

16.01| Recensie

Daags nadat ik Het ruime bed voor het eerst in handen nam, meldt de uitgeverij dat er al een recensie is verschenen. Op Literatuurplein.nl en op Nu.nl.

Zoals altijd vrees ik het ergste. En vooral voor dit boek waarin fictie en werkelijkheid door elkaar lopen. Ik kan het zelf maar moeilijk beoordelen. Maar de recensie is gelukkig lovend. Vier sterren maak liefst. En de zon schijnt volop. Opgelucht ga ik naar het strand.

 

15.01 | Eerste exemplaar

Als ik op de nieuwjaarsreceptie van de uitgeverij verschijn, klinkt er op de overdekte binnenplaats geen geroezemoes maar alleen de stem van Kristien Hemmerechts, die wordt geinterviewd. Ik wil maar één ding, mijn boek zien. In de loop van de week is Het ruime bed gedrukt, de uitgeverij heeft er al een paar dozen van binnengekregen.

Een medewerkster van de uitgeverij komt naar mij toe. Ze neemt mij en een vriendin en collega mee naar de receptieruimte waar de dozen vol Ruime Bedden staan.

Ik krijg een exemplaar aangereikt. Ik liefkoos de omslag, ik ruik de geur van drukinkt als ik door het boek blader en lees mijn eigen, overbekende zinnen. Ik hoor Kristien Hemmerechts het woord 'bloedband' gebruiken en denk aan mijn vader, aan wat ik over hem heb vastgelegd, en aan de woelige tijd die nu achter mij ligt. Het is verwarrend om dit boek in handen te hebben. Schrijven over de werkelijkheid is graaien in water. Ik buig het hoofd voor de onmogelijkheid die waarheidsgetrouw te kunnen vastleggen. Nu wel. Deze roman volstaat.

Het wordt ineens heel stil in mij. Ik kijk opzij in een mij dierbaar gezicht, in het hier en nu. Om mezelf af te leiden van mijn onroering en dankbaarheid, ga ik haastig op zoek naar een pen om het eerste exemplaar te signeren en weg te geven.

 

 

03.01 | Bekeuring

De agent is erg boos. Als ik mijn raam laat zakken vergeet hij mij te groeten, het spuit eruit: 'We rijden al vanaf Rijnsburg achter u aan. Waarom stopt u niet?'

'Sorry, maar was in gedachten. Nogal, eigenlijk.' Ik heb weliswaar een paar keer koplampen zien oplichten in mijn achteruitkijkspiegel, maar ik schonk er geen aandacht aan. Pas toen er zwaailichten aan te pas kwamen schrok ik op en ben ik gestopt.

'Kijkt u dan nooit in uw achteruitkijkspiegel?'

'Jawel, maar daar was geloof ik geen aanleiding toe, dit is een lange weg ... Ik had u echt niet in de gaten, hoor. Het spijt me.' Ik zeg het zacht en kijk schuldbewust, hopelijk bedaart de agent erdoor. Niet dus. Hij blijft ervan overtuigd dat ik hem in de maling neem. Dat ik hem wel degelijk heb gezien maar niet wilde stoppen.

Mijn rijbewijs? O jee, ik ben bang dat ik dat niet bij me heb. Slordig van mij, maar misschien kan ik het straks op het politiebureau laten zien? En mag ik hem vragen waarom hij mij heeft laten stoppen? Ik vraag het vleiend.

'U hebt drie keer bij een rotonde geen richting aangegeven.' Hij zet een hand in zijn zij, legt de andere hand op zijn rug en buigt zich autoritair naar mijn toe: 'Heeft u daar een verklaring voor?'

Deze niet al te slimme vraag met het valse, officiele tintje doet het 'm, ik kan mijn gezicht niet in de plooi houden. Ik kijk naar een boze agent die mij voor een schurk houdt en schiet in de lach.'Een verklaring? Wat zou u willen horen?' Ik hoop dat ook hij er de humor van kan inzien.

Dom, dom, dom. En ik maak het alleen maar erger: 'Nee, een verklaring heb ik er niet voor. Maar ik neem aan dat u geen richting aangeven een ernstig vergijp vindt?'

Kassa.

 

 

01.01 | Jaarwisseling

Familie, vrienden en vriendinnen wisten niet beter of ik had het gisteravond druk met het aflopen van feesten. In werkelijkheid zat ik in m'n eentje thuis op de bank, achter het verrijdbare tafeltje met mijn nieuwe iMac. Een rib uit mijn lijf, deze computer, maar nu heb ik ook wel wat: een volstrekt geruisloos snelheidsmonster van zeventwintig inch, dat draait op een enkel netsnoer en een verbazingwekkend overzichtelijk, fraai en stabiel besturingssysteem.

Ik had nog wat oude bestanden over te zetten.Terwijl ik daarmee bezig was volgde ik met half oog en oor de oudejaarsconference van Youp van 't Hek, tot ik in de gaten kreeg dat hij deze conference al eens eerder had gehouden, ik wist alleen niet in welk jaar. Ik concentreerde me weer op mijn werk en liet de tv aanstaan. Pas om één minuut voor twaalf keek ik weer eens op. Het was bijna zover, en gespannen hield ik tegelijkertijd de klok op de tv en de tijdsaanduiding van mijn iMac in de gaten.

Ik ben opgelucht. Mijn computerklok loopt tot op de seconde synchroon en dat moet iets te betekenen hebben voor de rest van het nieuwe jaar.

 

 
       
       

 

 

Archief: Weblog 2011